De paaskippen

Thuis heb ik niet leren koken.

Toen ik als 18-jarige op kamers ging kon ik letterlijk nog geen ei bakken. Mijn hospes, een schat van een man die de ochtend begon met een half pijpje bier en daarna vertrok naar zijn werk als conciërge op een middelbare school, heeft me dat geleerd. Aan het eind van de maand, als het geld op was, at ik bruine bonen met mayonaise en roerei.

wannee[1]Als student kocht ik klassieke kookboeken op de rommelmarkt: de Wannee (Amsterdamse huishoudschool) en Het Nieuwe Kookboek van Henderson, Toors en Callenbach (Rotterdamse huishoudschool) en leerde daaruit hoe ik aardappels en groenten moest koken. Ik ontdekte biologisch en vegetarisch eten in kraakpanden en eetcafés. Woonde samen met veganisten die al hun groenten in de frituurpan gooiden. At stiekem kroketten op het station omdat ik het vegetarisch zijn niet volhield. Toen ik terecht kwam in een woongroep met een enorme moestuin – in de zomer ieder ochtend verse groenten in de vensterbank en wie het eerst komt, het eerst maalt – leerde ik pas echt koken en kreeg gaandeweg steeds meer interesse in voedsel en voedselproductie.

Een belangrijk moment daarbij waren de paaskippen.

Een huisgenoot was werkzaam in een bejaardenhuis (zo noemde je die toen nog). En in dat bejaardenhuis had de een of andere onverlaat bedacht dat het leuk zou zijn om alle oudjes op Eerste Paasdag een kuikentje bij het ontbijt te geven. Levend, wel te verstaan. De onverlaat in kwestie had echter niet nagedacht over wat er nadien met de kuikentjes zou moeten gebeuren. Mijn huisgenoot heeft de beestjes, een stuk of twintig waren het er, in een doos gedaan en mee naar huis genomen. Daar hebben we ze bij onze legkippen in het kippenhok gezet.

paaskip1De kuikentjes bleken vleeskuikens. Ze groeiden als kool en werden waanzinnig snel groot en dik. Ik wist op dat moment net zoveel van dieren uit de vleesindustrie als de onverlaat uit het bejaardenhuis, maar gelukkig had ik huisgenoten die beter op de hoogte waren. Er werd vergaderd: wat te doen? Deze beesten waren gemaakt om na zes weken geslacht te worden. Als we ze door lieten groeien, zouden ze uiteindelijk door hun poten zakken en aan hun eigen gewicht ten onder gaan. Maar wat dan? Slachten, dat konden we toch niet maken, vonden de vegetariërs en dierenliefhebbers. Laten groeien, dat is pas dierenmishandeling, zei de rest. Uiteindelijk werd met een kleine meerderheid besloten dat de koppen eraf moesten.

paaskip2Frank, Henkie, Geert en Farzad hadden hiermee enige ervaring, of voldoende lef om te doen alsof. De kippen werden een voor een uit het hok gehaald en ‘mak geaaid’. Op het blok, bijl erop, leed geleden. Natuurlijk moest er eentje losgelaten worden zonder kop, en ja, hij rende. De hele middag hing er een weeïge lucht in de tuin.

De kippen werden opgehangen om leeg te bloeden en daarna geplukt. Tegen de avond werden barbecue en kampvuur aangestoken en hebben we de dames opgegeten.

En daar had ik best een beetje moeite mee.

Vanaf dat moment ben ik echt gaan nadenken over wat ik at. Waar het vandaan kwam. En wat ik daarvan vond. Ik las etiketten, keek naar de herkomst van groenten en fietste langs lokale boeren. Inmiddels kan ik een behoorlijk potje koken en bestel ik wekelijks bij Goei Eete.

paaskip3Lineke (en Nicole)

Ook een verhaal over waarom jij eet zoals je eet? Een mening over de voedselketen? Een idee om het anders te doen? Een tip voor anderen? Schrijf het op! Mail naar Nicole en Lineke o.v.v. ‘blog’.